Lisa Griggs draait haar voordeur voor ons van het slot. De 11-jarige poedel Libby staat naast haar, één brok ongeduld. Eindelijk thuis, voor het eerst in weken. Normaal stormt de hond naar binnen. Nu aarzelt ze. Neus in de lucht. Er is iets. Maar wat? De hond duwt haar nageltjes dieper in het zand, en vliegt dan toch het huis in. Libby dondert ruim een meter naar beneden.

De vloer ligt eruit.

"Alsof ze rook dat er iets niet pluis was", zegt Griggs even later, als we in de schaduw voor haar huis zitten. September is het, herfst bijna, maar nog altijd is het warm in Oklahoma.

Lisa Griggs heeft ons zojuist haar huis laten zien, schuifelend over de smalle houten steunbalken in wat eens haar woonkamer was. Een sprankelende vrouw is ze, 56 jaar en alleenstaand. Ze wijst op de lege kamers, de scheuren in de bakstenen, de sigarettenpeuken die de bouwvakkers achterlieten. Een bouwval. Toch zal ze nooit uit deze streek vertrekken. "Waar elders vind ik zo'n mooi stuk land voor zo weinig geld? Bovendien, ik ben hier geboren. Ik wil helemaal niet weg. This place feeds my soul."

Al weken slaapt Griggs in een huurwoning en werken bouwvakkers aan de renovatie van haar vrijstaande huisje, net buiten het stadje Guthrie. De fundering is verzakt. De woning is gebouwd in een tijd dat de olie- en gasindustrie in Oklahoma nog louter voorspoed en rijkdom bracht – geen aardschokken.

Ze heeft geluk, zegt Lisa Griggs stralend. Verzekeraars keren zelden uit bij aardbevingsschade. Die willen niet opdraaien voor de schade die de olie- en gasindustrie veroorzaakt. Maar háár verzekering dekt de kosten van de renovatie en betaalt ook nog eens voor het verstevigen van haar woning.

Dat had ze nooit kunnen bevroeden toen het allemaal begon. Griggs herinnert het zich nog goed. Zaterdag 5 november 2011 was het, om zeven minuten voor elf 's avonds. "Ik lag al in bed. Alles schudde en Libby begon te blaffen. Dit moet een aardbeving zijn, dacht ik. Maar dat kán niet. Dit is Oklahoma. Hier zijn nauwelijks aardbevingen."

Het was er wel één.

Kracht 5.6 op de schaal van Richter.

Het epicentrum lag 68 kilometer verderop, bij Prague.

Screenshot

Lisa Griggs

image

Hoofdstuk 2 van 11

Honderd jaar olie en gas

Prague lijkt op Loppersum, en niet alleen vanwege de aardbevingen die net als in Groningen worden veroorzaakt door de olie- en gasindustrie. De wegen rond het Amerikaanse dorp slingeren minder en de aarde is niet donkerbruin maar lichtrood, maar het land is net zo vlak. Tot aan de horizon eindeloze akkers. Velden vol hooibalen. Veel gras, zwart-witte koeien, paarden, plukjes bos, soms een hoeve.

De geschiedenis van Prague begint aan het einde van de achttiende eeuw, als van elders verjaagde indianenstammen en Tsjechische immigranten zich in het oosten van Oklahoma vestigen. Dankzij de North Canadian River en de Deep Fork River is het gebied bijzonder geschikt voor akkerbouw. Vooral katoen doet het goed. In 1902 wordt Prague officieel gesticht, genoemd naar de hoofdstad van Tsjechië.

De beginjaren zijn ruig. Indianen trekken naar het dorp om drank te kopen, iets dat in de reservaten verboden is. Kort na elkaar openen dertien saloons. Als de prijs van katoen instort en in 1924 een keverplaag ook nog eens de oogst vernielt, gaan veel boeren failliet. De redding komt uit de grond. In 1915 wordt voor het eerst olie ontdekt. Pioniers vinden in de omgeving steeds meer olie- en gasvelden. Prague groeit uit tot regionaal handelscentrum.

Screenshot

Oklahoma. Klik om de kaart te vergroten.

Honderd jaar later is het Prague nog altijd aan te zien. In het gemoedelijke dorp wonen zo'n 2400 mensen, bijna net zoveel als in Loppersum. Het dorp telt twee doorgaande wegen en één verkeerslicht. Je kunt er eten bij Ken's Pizza, het Mexicaanse restaurant Juana's en het Downtown Cafe.

Post Image

Deep fried chicken Tuesday in het Downtown Cafe.

Op deze dinsdagochtend in september zit het Downtown Cafe nagenoeg vol. Een klassiek Amerikaanse diner. Lange toonbank met dampende potten koffie. Kersenvlaai onder een glazen stolp. Coca Cola-automaat in de hoek. De muren bedekt met golfplaten van metaal.

Op deze dinsdagochtend in september zit het Downtown Cafe nagenoeg vol. Een klassiek Amerikaanse diner. Lange toonbank met dampende potten koffie. Kersenvlaai onder een glazen stolp. Coca Cola-automaat in de hoek. De muren bedekt met golfplaten van metaal.

Het is vandaag deep fried chicken Tuesday, zegt de serveerster die ons op het enige vrije tafeltje wijst. Aan de andere formica tafels zitten werklui van wie je kunt vermoeden dat ze hun brood verdienen in olie en gas. Met grote ruwe handen eten ze zwijgend hun kip.

Dit is Prague. Platteland. Gas en olie. Aardbevingen.

Loppersum op de prairie. Een streek van lotgenoten.

Hoe zouden de mensen hier het rooien? Hoe gaan ze om met die aardbevingen? Lijkt Oklahoma inderdaad op Groningen?

En hadden ze hier wél een oplossing gevonden?

image

Hoofdstuk 3 van 11

De grote klap in Prague

Prague, zaterdag 5 november 2011, 22.53 uur. Sharon Maggard, al meer dan 40 jaar journalist bij The Prague Times-Herald, schrikt wakker. Ze hoort het donderen. Alsof er een vliegtuig neerstort. Het gerommel komt als een kudde aanstormende bizons dichterbij. Ze grijpt haar man Rick en laat niet meer los. Doodsbang is ze. Wat ís dit in godesnaam?

Een aardbeving, leert ze wanneer ze de televisie aanzet; 5.6 op de schaal van Richter. De zwaarste ooit in Oklahoma. Het epicentrum ligt net buiten hun dorp, net buiten Prague.

Rick blijft kalm. Sharon niet. Als het nog eens beeft, zegt ze, gaat ze naar buiten. Rick schudt zijn hoofd. Bij een aardbeving moet je binnen blijven. Dat weet iedereen. Als zich de volgende ochtend een flinke naschok voordoet, rent Sharon inderdaad gillend de achtertuin in. Haar man blijft binnen.

De nachten na de aardbevingen slaapt Sharon amper. De huisarts schrijft haar kalmeringstabletten voor, die ze pas na lang twijfelen durft op te halen.

Jaren later schaamt ze zich nog. "Dat heb ik weer, dacht ik, dat ik niet tegen aardbevingen kan." De apotheker had het in de week na de aardbeving heel druk. "Veel dorpsbewoners vroegen om kalmeringspillen."

Een paar maanden na die eerste grote aardbeving blijkt hun woning aan Brunson Avenue schade te hebben. Volgens Rick was de fundering instabiel geworden.

Reparatiekosten: 27.000 dollar.

Wie betaalt dat?

"Wijzelf natuurlijk. Wie anders?"

Maar de bevingen zijn toch veroorzaakt door de olie- en gasbedrijven?

"Was het maar zo simpel." 

Screenshot

Sharon Maggard

Het was de afgelopen jaren droog in Oklahoma. Heel droog. Tussen 2010 en 2014 viel er nauwelijks een drup. De zomermaanden van 2015 waren juist extreem nat. Dat het gras nu nog zo’n mooie groene kleur had was uitzonderlijk, zegt Rick. Meestal waren de sprieten in juni al bruin. "De kleigrond krimpt en zet uit. Ook daardoor ontstaan veel scheuren in muren. Zie maar eens te bewijzen dat de schade daadwerkelijk door aardbevingen komt. En zelfs als je dat lukt, bij welk oliebedrijf moet je dan aankloppen?"

Nee, zo simpel is het niet.

Wie geeft er nu om Prague, een piepklein dorpje, weggestopt op de prairie? Niemand natuurlijk. Wacht maar, dacht Sharon Maggard nog na die eerste zware bevingen, wacht maar tot ook Oklahoma City aardbevingen krijgt. Als de grote stad er last van krijgt, wordt er vast wel ingegrepen. "Maar nee, er veranderde niets."

Het gerommel komt als een kudde aanstormende bizons dichterbij.

Veel Amerikanen nemen de problemen in Oklahoma volgens haar niet serieus. Frustrerend. "Natuurlijk, in Californië zijn zwaardere aardbevingen. Maar ook die kleinere zijn ingrijpend! Niemand wil dit meemaken. Echt niet. We hebben toch het recht hier te wonen zonder dat we hoeven te vrezen dat onze levens door aardbevingen worden verwoest? En dat geldt voor jullie in Groningen natuurlijk net zo." 

image

Hoofdstuk 4 van 11

Barsten in het bolwerk

De grote beving bij Prague van 2011 maakt een eind aan een eeuw waarin olie en gas Oklahoma niets dan welvaart hebben gebracht. Een keerpunt, zoals de aardbeving bij Huizinge – 16 augustus 2012 – dat is voor Groningen.

Niet dat er tegen het eind van 2011 in Oklahoma meteen iets verandert. Oliebedrijven, politici en inspectiediensten ontkennen dat de olie- en gaswinning iets met de aardbevingen te maken heeft. Ze bagatelliseren de situatie. Slechts een handvol wetenschappers uit zijn zorgen. En het zal tot augustus 2015 duren voordat de republikeinse gouverneur van Oklahoma, Mary Fallin, publiekelijk toegeeft dat er een verband is tussen de bevingen en de industrie.

In Oklahoma komen aardbevingen wel degelijk voor, maar het zijn er weinig en zelden zijn ze zwaarder dan 3.0 op de schaal van Richter. Vanaf 2010 verandert dat. De olie- en gasproductie nam tot 2013 elk jaar toe. Het aantal bevingen met een kracht van 3.0 of meer eveneens. In 2010 waren het er nog 3. In 2013 al 109. Het jaar daarna 585. En dit jaar loopt de teller waarschijnlijk op tot boven de 800 . 

Aardbevingen met een kracht van 3 of meer op de schaal van Richter in Oklahoma tussen 2005 en 2015.

Het leven in Oklahoma is verweven met de olie- en gasindustrie. Maar liefst één op de vijf banen bestaat dankzij de aanwezigheid van fossiele brandstoffen. Zijn de olieprijzen hoog, dan gaat het goed. Stort de markt in, zoals in de jaren dertig en midden jaren tachtig van de vorige eeuw, of is de olieprijs laag zoals nu, dan heeft de staat het moeilijk.

Anders dan in Groningen zijn er in Oklahoma honderden oliebedrijven. Machtige reuzen als Devon, Chesapeake en Continental. Kleintjes met soms slechts een handvol werknemers. En anders dan in Groningen wonen de meeste oliemagnaten in de staat zelf. Ze maken de effecten van de aardbevingen van dichtbij mee. Hun huizen hebben scheuren, hun kinderen zijn bang.

Oklahoma ís olie en gas.

Anders dan in Groningen zijn er in Oklahoma honderden oliebedrijven.

Zelfs onder het Capitool in Oklahoma City, het centrum van de macht, wordt naar de grondstoffen geboord. De vele bedrijven hebben samen duizenden olie- en gasinstallaties. Overal in het landschap duiken ze op. Soms zijn het enorme tanks, soms is het niet meer dan een verlaten jaknikker in een weiland.

Niet alleen bedrijven worden rijk van olie en gas in de bodem van Oklahoma. Ook burgers verdienen aan de industrie. Wie een lap grond bezit, is in principe ook eigenaar van de delfstoffen in de bodem. De zogenaamde mineral rights. Zodra een bedrijf olie of gas produceert, krijgt de landeigenaar een deel van de opbrengst.

In principe, want in de praktijk hebben veel landeigenaren hun mineral rights verkocht aan oliebedrijven of beleggers. Zij hebben de grond wel in eigendom, maar de bodemschatten niet.

Dit alles maakt de situatie in Oklahoma complex. En omdat er zoveel bedrijven zijn, kunnen oliemagnaten zich achter elkaar verschuilen. In Prague klop je met schade niet aan bij de NAM, maar verdwaal je in een woud van partijen. De vraag wie welke beving veroorzaakt, is nagenoeg niet te beantwoorden.

image

Hoofdstuk 5 van 11

Een desastreuze keuze

Activist Angela Spotts rijdt deze woensdag in september haar witte Prius het terrein van de West Perkins Commercial Disposal op. Een olie-installatie. We stappen uit en Spotts beent naar een kantoortje midden op het terrein. Ze gooit de deur open. "Hoi, ik ben Angela Spotts van Stop Fracking Oklahoma. Ik ben niet tegen jullie. Ik ben tegen de aardbevingen."

Jeff Andrews (29), de operator van de olie-installatie, kijkt nauwelijks op. "Ja hoor, loop maar rond", zegt hij. "Er komt trouwens zo een vrachtwagen aan."

Als de truck onder de overkapping staat, draait Andrews aan de achterkant de dop van de tank. Zwarte vloeistof stort met geweld naar buiten. Olie, vermengd met afvalwater. Andrews sjokt weg.

Screenshot

Angela Spotts

Een meter of tien verderop blijft hij staan, leunend tegen een muurtje. Hij slaat zijn getatoeëerde armen over elkaar en kijkt hoe de olie zich over het beton verspreidt en stroperig langzaam door een rooster zakt. Blauwe damp stijgt op. Een scherpe benzinegeur verdringt de zomerse buitenlucht. 

Post Image

Spotts bij een injectiepomp op het terrein van West Perkins Commerical Disposal.

Na een minuut of tien is de vrachtwagen leeg. De chauffeur groet Andrews en rijdt weg. Andrews pakt een bezem en veegt de restanten olie in het rooster.

Verderop wordt de olie in enorme tanks gescheiden van het vervuilde water. De olie kan worden verhandeld, het afvalwater niet. Het winnen van één vat olie in Oklahoma levert tien tot twintig vaten water op. Water dat zelfs als koelvloeistof voor fabrieken ongeschikt is, zo verontreinigd.

Maar je moet er wel wat mee.

Dus loopt het water door een smalle buis naar een hoek van het terrein, waar een roestige, onschuldig ogende pomp het zacht brommend terug de grond inpompt. Al decennia. Zo diep mogelijk. Hoe verder weg van het drinkwater, hoe beter. Alles om te voorkomen dat het giftige spul het drinkwater vervuilt.

Een desastreuze keuze, beseffen wetenschappers inmiddels. Juist het lozen van afvalwater diep onder Oklahoma veroorzaakt de aardbevingen doordat dat de breuklijnen activeert.

Dat het pas de laatste jaren misgaat, is niet verwonderlijk. De hoeveelheid afvalwater is enorm toegenomen door fracking, een boortechniek waarbij onder hoge druk water, zand en chemicaliën in gesteente worden gepompt. Zo kan er uit moeilijk bereikbare plekken toch olie en gas worden gewonnen.

"Mensen roepen vaak dat de aardbevingen het gevolg zijn van fracking", vertelt activist Angela Spotts, die haar baan heeft opgegeven om fulltime te strijden tegen de industrie. "Maar dat klopt niet", vervolgt ze. "Het probleem is de laatste stap van het proces: het dumpen van al het afvalwater dat bij de winning vrijkomt."

Ze maakt zich zorgen. Over alle gebouwen bijvoorbeeld, die door niemand werden geïnspecteerd. "Mensen ontkennen. Ze willen niet eens weten of ze schade hebben. Geen gebouw in Oklahoma is bestand tegen aardbevingen. En we zouden nu zomaar een beving met een kracht van 6 of 7 op de schaal van Richter kunnen krijgen."

De oplossing?

Helemaal stoppen met de olie- en gaswinning, vindt Spotts. "De bedrijven negeren de bevolking. Ze vernielen Oklahoma. Het draait om hebzucht, macht en corruptie. We zouden moeten stoppen met olie en gas, en investeren in duurzame energie. En er moet een fonds voor alle aardbevingsschade komen."

image

Hoofdstuk 6 van 11

Tweeënhalf keer de Martinitoren

De skyline van Oklahoma City wordt sinds 2009 gedomineerd door het Devon Energy Center, het hoofdkantoor van olie- en gasreus Devon. Het is een glazen kolos van 245 meter hoog, meer dan 2,5 keer de Groninger Martinitoren. De wolkenkrabber telt vijftig verdiepingen, twee restaurants, een café, vijftig liften en biedt plek aan meer dan tweeduizend medewerkers.

Flyers in de lobby van Devon nodigen bezoekers uit om een rondleiding te boeken en te dineren in Vast, het restaurant met bar op de 49e verdieping. De flyers beloven een geweldig uitzicht. Trots worden de bouwmaterialen van de toren opgesomd: vloeren van Indiaans graniet en muren van wit marmer uit Italië en regenboog-zandsteen uit India. De wandelpaden om het gebouw heen zijn gelegd met stenen van Chinees tijgervel-graniet. 

Screenshot

Kim Hatfield

We willen ze spreken, de directeuren van Devon en de andere gas- en oliebedrijven. Wat is hun verhaal? Hoe kijken zij aan tegen de problematiek? Waarom vergoeden ze de schade niet? Kunnen ze er niet samen voor zorgen dat kapotte huizen worden gerepareerd?

De bedrijven weigeren met ons te spreken. E-mails worden genegeerd, bellen helpt niet. Bij drie grote bedrijven naar binnen: Continental, Chesapeake en Devon. Bij de eerste twee worden we al bij de receptie afgepoeierd. De receptioniste van Devon pleegt een telefoontje voor ons. Na een half uur wachten, stapt een persvoorlichter uit de lift. "Heb ik jullie niet per mail laten weten dat we geen interviews geven?", luidt zijn eerste zin. We vragen hem waarom Devon zo terughoudend is. Een duidelijk antwoord komt er niet. Als we aandringen raakt hij gefrustreerd. "Jullie nemen dit gesprek toch niet stiekem op, hè?"

De enige die wel wil praten is Kim Hatfield, de directeur van Crawley Petroleum. Hij is het gewend. Als bestuurslid van de Oklahoma Independent Petroleum Association (OIPA), een branchevereniging voor kleinere olie- en gasbedrijven, geeft hij wel vaker interviews. "De bedrijven hebben het idee dat ze niets te winnen hebben", verklaart hij de weerzin van veel bedrijven tegen de pers.

Hatfield heeft zijn hoofdkantoor in downtown Oklahoma City, vlakbij de kolossale toren van Devon. Crawley zit op de zevende verdieping van een oud pand in klassiek rode baksteen. Hatfield – donkergrijze pantalon, gestreept overhemd en bruine cowboylaarzen – werkt sinds 1980 bij het bedrijf. Hij was er na 5 jaar al de baas. De gouden jaren, de crisistijd en ja, nu de aardbevingen. Hij heeft alles met eigen ogen gezien.

De grote aardbeving bij Prague op 5 november 2011 is volgens hem niet veroorzaakt door de olie- en gasindustrie. "De aardbeving in Prague had een voor- en een naschok. Dat zie je alleen bij natuurlijke aardbevingen."

'Jullie nemen dit gesprek toch niet stiekem op, hè?'

Dat de wetenschappers die uitleg niet delen, deert hem niet. "Volgens hen is er een verband omdat de aardbevingen in de buurt van injectiepompen ontstaan. Maar in Oklahoma staan zo veel olie- en gasinstallaties, duizenden! Er is er altijd wel eentje dichtbij. Als je naar de tornado's van de afgelopen jaren kijkt, zul je ook zien dat er steeds een installatiebedrijf in de buurt actief was."

Niet dat Hatfield elke link tussen de industrie en de aardbevingen ontkent. Hij woont zelf in Oklahoma City, en weet hoe het voelt. "Alsof er een zware vrachtwagen langs dendert." Zijn huis vertoont scheuren. "Er is wel iets aan de hand. We zouden gek zijn als we dit zouden negeren." Maar wat precies? "We halen al 60 jaar olie uit de grond en we stoppen al 60 jaar afvalwater terug. Waarom ontstaan er nu pas aardbevingen? Wat is er nu ineens anders? Dat moeten we weten."

We vertellen Hatfield over Nederland, waar de NAM volgens de wet de schade moet vergoeden. Niet dat dat in Groningen altijd soepel verloopt, maar toch.

"Dat model werkt bij jullie omdat Groningen één bedrijf heeft en het vrij duidelijk is waardoor de aardbevingen ontstaan. In Oklahoma ligt alles veel complexer. Hier zijn zo veel bedrijven dat niemand weet wie welke beving veroorzaakt."  

image

Hoofdstuk 7 van 11

'Ik zeg gewoon wat er speelt'

"Natuurlijk zijn jullie welkom", mailt hoogleraar geologie Todd Halihan van de Oklahoma State University. "Sterker nog, jullie moeten bij me thuis komen eten." De familie van zijn vrouw komt van oorsprong uit Bedum, schrijft hij. Een paar jaar geleden hebben ze Groningen bezocht. "Martha en mijn schoonmoeder zullen het me nooit vergeven als ik jullie niet zou uitnodigen."

Halihans universiteit ligt in Stillwater, een stad zoals er veel zijn in Oklahoma. Landelijk, uitgestrekt, lage gebouwen. Houten palen met elektriciteitsdraden langs de weg. Behalve op de campus. Die is alles wat de rest van Stillwater niet is. De gebouwen kolossaal. Alles netjes onderhouden, zelfs de randen van het gras perfect recht geknipt. Een Amerikaans Versailles, volgens het tijdschrift The New Yorker.

Screenshot

Todd Halihan

Halihans faculteit draagt de naam van T. Boone Pickens, een van de grootste oliemagnaten van Oklahoma. Het stadion met ruim zestigduizend zitplaatsen ernaast is eveneens naar hem genoemd. Ziekenhuizen, sportclubs, universiteiten, allemaal krijgen ze flinke donaties van olietycoons.

Het maakt het werk van onderzoekers moeilijk, vertelt Halihan. De industrie houdt niet van kritiek. Dat bewees Austin Holland, de voormalig seismoloog van onderzoekinstituut Oklahoma Geological Survey. Toen Holland voor het eerst over de connectie tussen de olie- en gasindustrie en de aardbevingen begon, moest hij zich bij zijn directeur melden. Op de kamer van zijn baas trof hij bovendien Harold Hamm, oliebaron en donateur van het instituut. De twee zetten Holland onder druk voortaan minder kritisch te zijn.

Article Image

Oliemagnaten in Oklahoma financieren onder meer universiteiten, sportverenigingen en ziekenhuizen. Hier het diabetescetrum in Oklahoma City, gesponsord door gas- en oliemagnaat Harold Hamm.

Ook Halihan wordt in het begin nauwlettend in de gaten gehouden. In het voorjaar van 2013 geeft hij zijn eerste lezing over de aardbevingen in Oklahoma. "Ik zat daar te vertellen en dacht aldoor, o jee, dit zou ik niet moeten doen." De bijeenkomst wordt op YouTube gezet. "Daarna wilde iedereen dat ik over de aardbevingen kwam vertellen." De olie- en gasbedrijven waren niet blij met hem. "Mijn baas heeft een aantal boze telefoontjes gehad."

Halihan is een wetenschapper die zegt wat hij weet en, even belangrijk, wat hij niet weet. Geen zin in spelletjes of diplomatiek gedoe. "Ik doe mijn best objectief te zijn." In het begin was dat voor iedereen verwarrend. Aan wiens kant stá jij nu, wilde menigeen weten. Halihan, glimlachend: "Ik hoor bij geen enkele kant. Ik zeg gewoon wat er speelt."

Die aanpak blijkt te werken. De boze telefoontjes aan zijn chef zijn gestopt. Olie- en gasbedrijven beginnen in te zien dat ze baat hebben bij een onafhankelijke wetenschapper. Bij iemand die het vertrouwen van de burgers heeft. Politici, beleidsmakers, journalisten, burgers en de bedrijven zelf vragen hem inmiddels om advies.

'Mijn baas heeft een aantal boze telefoontjes gehad'

Er gebeurt te weinig, zegt Halihan. "Het probleem zit diep in de grond. Dus dáár moeten we onderzoek doen." Putten slaan, simpel gezegd, liefst zo diep mogelijk, en die dan volstoppen met meetapparatuur. "Zo'n put kost een miljoen dollar. En als we het goed doen, hebben we er twintig nodig." Maar zoveel geld is er niet.

Bovendien moeten politici actiever ingrijpen, zegt Halihan. Het is een van zijn grootste frustraties, politici die weigeren iets te doen en aldoor willen wachten op nieuwe onderzoeken. Halihan: "Meer onderzoek is inderdaad hard nodig maar dat betekent niet dat je niet nu alvast in actie kunt komen."

We rijden met Halihan mee naar huis. Zijn woning, zegt hij, staat precies op een breuklijn. "Toen we het kochten, maakten we ons daar niet druk om. Die breuklijnen lopen immers overal. En ach, in Oklahoma waren ze toch nauwelijks actief."

Dat is inmiddels wel anders. Voelt hij zich nog veilig?

"Kom eens mee", zegt Halihan.

Aan de linkerkant van zijn huis, een meter of drie van de buitenmuur, zit een zinkgat. Een kleine ronde opening, zo groot als een koektrommel. Hoeveel zand Halihan er ook in gooide, alles zakte naar beneden. "Ik heb er pas beton in gestort. Dat blijft vooralsnog zitten. Gelukkig wel. Als ook dit wegzakt, moeten we ons ernstig zorgen gaan maken over de veiligheid van ons huis." 

image

Hoofdstuk 8 van 11

Terug naar Prague

Van Oklahoma City naar Prague is een uur rijden door eindeloos land. Langs de snelweg staan reclameborden voor fastfood, kerken en tv-zenders. Het asfalt is lang niet zo strak als dat van de A7 in Noord-Nederland. Barsten. Gaten. Dode katten, honden, schildpadden. Stukken rubber. De zinderende hitte van september. De vroege herfst in Oklahoma is warmer dan de zomers in Groningen ooit zullen worden.

En dat allemaal onder wolkenpartijen die tijdens een enkele autorit volledig kunnen veranderen. Om je eraan te herinneren dat dit ook het land is van de denderende onweersbuien met hagelstenen zo groot als tennisballen, van jarenlange droogtes, van enorme overstromingen en van verwoestende tornado's.

Na 80 kilometer, bij casino Seminole, de snelweg af. De U.S. Route 377 op, naar het noorden. Na 10 kilometer passeer je het Mexicaanse restaurant Juana's en het begin van Prague. Na 700 meter bij het verkeerslicht linksaf, Main Street in. Hier zitten de scholen, vijf stuks maar liefst, van peuterspeelzaal tot middelbare school.

"Hier, kijk maar."

Vallery Feltman trekt een vel papier uit de printer. Een overzicht van de rampoefeningen op de scholen. Tornado - Lockdown - Indringer - Brand - Aardbeving. De assistent-manager van de vijf dorpsscholen grinnikt. "Oklahoma blijft niets bespaard", zegt ze. "Alleen vulkanen ontbreken nog. Maar zelfs dat durven we hier nauwelijks hardop te zeggen want je zult zien dat er nog eens eentje opduikt."

De rampoefeningen op de scholen in Prague. Klik om de afbeelding te vegroten.

Dinsdagmiddag in Prague. Vrijwel iedereen die als lunch gefrituurde kip at in het Downtown Cafe, zit nu, om vijf uur ‘s middags, op de tribune van het softbalveld naast de school, voor een softbalwedstrijd van de Prague Lady Devils, de meisjes van 13 en 14 jaar, tegen Chandler. Alles draait hier om sport, zegt Sharon Lee. Heel veel meer is er ook niet.

Screenshot

Het leven in Prague is eenvoudig. Net als de Groningers staan de bewoners van het platteland van Oklahoma bekend als stug en nuchter. Hier, op de uitgestrekte prairie, is de overheid ver weg. Mensen zijn op elkaar aangewezen.

"Inwoners van Oklahoma zijn sterk", zegt Lee. "Wat wil je ook. Als je hier lang genoeg blijft, maak je alles mee." Toch maken de vele aardbevingen van de afgelopen jaren volgens haar indruk op veel dorpsgenoten. "Mijn man zat tijdens die grote beving in 2011 in bad. Ons huis trilde zo dat hij niet uit de kuip kon klimmen. Het enige waaraan hij kon denken was hoe het huis misschien zou instorten en brandweermannen hem naakt zouden aantreffen."

Vier jaar nadien kan ze haar lachen amper inhouden. Toch is haar boodschap serieus. Aardbevingen komen uit het niets en dat is doodeng. "Tornado's laten zich tenminste redelijk voorspellen", zegt Lee. "Aardbevingen komen altijd onverwacht."

Lee wijst op de sporthal achter ons, een oud gebouw van rode baksteen. Tijdens een van de aardbevingen begon het dak te bewegen, vertelt ze. De gymleraar schrok zich rot en schreeuwde naar de kinderen dat ze naar buiten moesten rennen. Dat weigerden ze. De leerlingen hadden keer op keer op school geleerd dat ze tijdens een aardbeving binnen moesten blijven. Dat was immers het veiligste. "Het liep gelukkig goed af", zegt Lee. "Ik wil er niet aan denken wat er gebeurd was als dat dak het had begeven."

image

Hoofdstuk 9 van 11

Nog altijd ellende

Die zaterdagavond van 5 november 2011 staan de Oklahoma State Cowboys op het punt de Kansas State Wildcats te verslaan. Sandra en Gary Ladra en hun zoon Ryan juichen mee met hun favoriete American footballteam. De twee zestigers bewonen een huis op een grote lap grond net buiten Prague. Het gezin kan wel wat ontspanning gebruiken, na de aardbeving van 4.7 op de schaal van Richter van vanochtend. Vooral Ryan is bang. Sandra probeert haar zoon gerust te stellen. Hoe groot is de kans dat zoiets nog eens gebeurt?

Ze heeft het nog niet gezegd of de grond begint te trillen. Nog harder dan vanochtend. Spullen vallen van planken en uit kasten. Beneden, in de kelder, breekt een waterleiding.

En dan zien ze hoe de stenen van de 12 meter hoge schoorsteen boven de open haard beginnen te schuiven. Steen voor steen. Dan sneller en sneller. Brokstukken vliegen rond.

Sandra zit naast de open haard, achterovergeleund in haar favoriete stoel. Het lukt haar door het beven niet overeind te komen. Ryan ziet zijn moeder spartelen. Hij probeert haar uit de stoel te trekken. De lampen boven hem slingeren heen en weer. Sandra weert de stenen met haar handen af. Ryan staat, op blote voeten, over haar heen gebogen. Hij weet haar in veiligheid te brengen, maar pas nadat Sandra geraakt is door een steen.

Post Image

Deze foto's maakte Gary Ladra de dag na de aardbeving van 5.6 op de schaal van Richter

"Sandra kreeg twaalf of dertien hechtingen in haar been", vertelt Gary ons vier jaar later. "Pas om vier uur 's nachts verlieten we het ziekenhuis. We hebben bij familie geslapen. De dag erna ging ik naar ons huis om spullen te halen. Kleding en toiletspullen en zo."

Aarzeling. Schaamte.

"Ik stond voor de voordeur en durfde niet naar binnen. Ik was toen, even zien, 64 jaar. Vier-en-zestig jaar en ik durfde mijn eigen huis niet in."

Opnieuw zijn zwijgen.

"Ik haat het om bang te zijn."

Sandra en Gary Ladra hadden geen aardbevingsverzekering. De schade aan hun huis, tienduizenden dollars, kwam volledig voor hun eigen rekening. Sandra heeft nog altijd last van haar knie. Aan medische behandelingen heeft ze al 75.000 dollar uitgegeven. Waarschijnlijk heeft ze ook nog een nieuwe knie nodig.

Dat ze de schade aan hun huis zelf moesten betalen, accepteren ze. Dat ze ook voor alle medische kosten moeten opdraaien, pikken ze niet. Sandra en Gary zijn een rechtszaak begonnen tegen New Dominion en Spess Oil Company, twee oliebedrijven die rond het epicentrum van de bevingen opereerden.

Screenshot

Op deze foto staan de verwondingen van Sandra Ladra. Waarschuwing: ze kunnen schokkend zijn.

Scott Poynter, de advocaat van de familie Ladra, verwacht dat de rechtszaken in Oklahoma nog jaren duren. Bang voor de industrie is hij niet. "Welnee. Maar de gas- en oliebedrijven zijn wel rijk en machtig. Hun advocaten grijpen alles aan om mij dwars te zitten. Ze zullen me overal kei- en keihard voor laten werken. Dit wordt strijd."

De rechtszaak van Sandra Ladra wordt in Prague veelvuldig besproken. "Op televisie vergeleek iemand ons met David die tegen Goliath strijdt", zegt Gary. De dorpsbewoners zijn niet allemaal positief. Menig inwoner van Prague werkt immers zelf in de olie- en gasindustrie.

Screenshot

Sandra Ladra in haar stoel op de plek waar de schoorsteen stond.

Gary trouwens ook. "Ik ben onderhoudsmonteur bij een bedrijf dat pijpleidingen aanlegt." Volgens hem snappen sommigen niet waarom de familie een rechtszaak is begonnen. "We willen de industrie niet kapot maken. We willen dat de medische kosten worden vergoed en dat we veilig kunnen leven. Het is belangrijk dat de oliebedrijven merken dat hun manier van werken gevolgen heeft."

image

Hoofdstuk 10 van 11

Zoeken naar slachtoffers

"Nee, daar mogen jullie niet naar binnen."

De abt heet Lawrence. Hij leidt een abdij van benedictijner monniken, niet ver van Prague. Ze wonen en werken op de campus van de St. Gregory's University, de katholieke universiteit die door de orde in 1875 werd gesticht. Vanaf de snelweg kun je het monumentale hoofdgebouw zien, opgetrokken uit rode bakstenen, vijf verdiepingen hoog, met op elke hoek een toren. Benedictine Hall.

Abt Lawrence houdt ons tegen wanneer we zijn werkplaats willen bekijken, een stenen gebouw dat bij de beving van 2011 zwaar beschadigd raakte. Volgens een inspecteur is de werkplaats onbewoonbaar en levensgevaarlijk. Toch werken de 23 monniken er nog elke dag.

Na enig aandringen gaat abt Lawrence ons voor. "Eventjes dan."

Post Image

Een van de torens stortte in tijdens de aardbeving van 5 november 2011. Twee andere torens werden instabiel en moesten worden afgebroken. Foto's: St. Gregory's University.

De deur van de werkplaats klemt. De vloer golft. Het dak is verzakt. In de muren zitten meterslange scheuren, vele centimeters breed. Stroomdraden bungelen als vergeten slingers aan het plafond.

Na een minuut of vijf vindt abt Lawrence het genoeg. "Hup, naar buiten", zegt hij. "Als er nu een aardbeving komt, gaan we allemaal dood."

Waarom de werkplaats toch nog altijd wordt gebruikt als houtwerkplaats en naaiatelier?

"Ach, monniken zijn inwisselbaar", grapt abt Lawrence.

Post Image

De abt laat de scheuren in de muren van de werkplaats zien.

Het serieuze antwoord is simpel. Het geld is op. Bovendien had St. Gregory's University na de aardbeving van november 2011 een veel groter probleem dan de gammele werkplaats. Een van de torens van Benedictine Hall stortte in. De brokstukken belandden naast de hoofdingang. "Het was afschuwelijk", vertelt abt Lawrence. "Brandweermannen zochten tussen het puin naar slachtoffers."

De schade was enorm. De drie torens die nog overeind stonden, bleken instabiel en moesten worden vervangen. 2,5 miljoen dollar kostte de renovatie. Een aardbevingsverzekering had de St. Gregory's University niet. "Dankzij inzamelingsacties en vele donaties kon de renovatie van Benedictine Hall eind 2013 worden afgerond", vertelt abt Lawrence.

Hier houdt de parallel met Groningen op. Tot de omgevallen toren waren de verhalen min of meer vergelijkbaar. Veel schade. Veel scheuren. Veel woede, angst en onzekerheden. Maar Groningen is nog niet zo dicht bij dodelijke slachtoffers geweest als St. Gregory's University. "De aardbeving was gelukkig op zaterdagavond", zegt de abt. "De studenten waren allemaal in de woonvertrekken, aan de andere kant van de campus."

Prague is veranderd sinds de aardbevingen. Vroeger stond het stadje bekend om het Kolache Festival, een Tsjechisch volksfeest dat elk jaar in mei wordt gehouden. Maar volgens Jim Greff, die als city manager verantwoordelijk is voor het dagelijks bestuur in het plaatsje, denkt iedereen bij Prague nu alleen nog maar aan aardbevingen.

Die hebben nog altijd impact op de inwoners, aldus Greff. "Veel injectieputten hier in de buurt zijn nu dicht. Daardoor is het aantal aardbevingen rond het dorp afgenomen. Maar bewoners zitten er nog mee. Komt er nog eentje? Dat kan zomaar. Vorig weekeinde hadden we nog een beving. Hoeveel krijgen we er nog? En hoe zwaar kunnen ze zijn? Niemand die het weet."

Tegelijkertijd zijn de inwoners van Prague ook wat laconiek. Over strengere bouweisen, gebruikelijk in gebieden waar zich van nature veel aardbevingen voordoen, wordt in Prague amper gesproken. "Niemand vindt dat nodig", zegt Greff. "Het is te duur. En niemand wil de eerste zijn. Als wij onze bouwvoorschriften aanscherpen, kiezen nieuwkomers voor een dorp in de buurt."

Post Image

Muurschildering van het Tsjechische Kolache Festival in Prague.

Nog één ontbijt in Prague. Opnieuw zwijgende mannen. Zijn ze in Oklahoma beter af dan op het Hogeland, vragen we ons af. Daar staan de Groningers en de NAM lijnrecht tegenover elkaar, maar de NAM vergoedt tenminste nog een deel van de schade. Dat is meer dan de meeste inwoners van Prague kunnen verwachten.

Toch ligt het ingewikkelder. Veel Groningers voelen zich bestolen. Het is immers hun gas, maar ze krijgen daarvoor niet meer dan aardbevingen terug. De opbrengst vloeit naar de NAM en Den Haag.

Dat is in Oklahoma wel anders. Het gas en de olie worden gewonnen door regionale bedrijven, de winst blijft in de staat. De industrie brengt de inwoners van Oklahoma niet slechts aardbevingen maar ook welvaart.

Bovendien lijken de Amerikanen beter met de aardbevingen te kunnen omgaan. Natuurgeweld hoort bij het leven. Van de overheid heb je weinig te verwachten. Je moet het zelf oplossen. Of ermee leren leven.

Zoals Jim Greff eerder tegen ons zei: "Vanavond nog kan een tornado het hele dorp wegvagen. Leven in Prague betekent leven met risico's. Hoe goed je je ook voorbereidt, een nieuwe ramp is nooit ver weg."


image

Podcast

In het online radioprogramma 'Achter het verhaal' vertellen verslaggevers Liselotte Schüren en Maaike Wind over hun reis naar Oklahoma. Eén specifieke vraag spookte door het hoofd van Maaike Wind: "Ik dacht steeds: waar zou ik liever wonen? Oftewel, waar zou het beter zijn. Oklahoma of Groningen?"

De verslaggevers gingen op onderzoek en interviewden tientallen mensen. Hoe kijken ze terug op deze reis? Hoe kan het dat de Amerikanen anders om gaan met aardbevingen dan Nederlanders? En waar is het nu beter? Luister naar de podcast: Klik hier.

Steun DvhN en LC

Deze longread vergt veel tijd en geld. We experimenteren met deze vorm van journalistiek omdat we geloven in een multimediale aanpak van verhalen. Wij hopen dan ook dat u geniet van deze en andere journalistieke producties van onze redactie. Nieuwsgierig naar meer? Lees dan twee weken gratis de krant in onze apps. Vraag hier uw gratis code aan voor Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant. Het verplicht u tot niets en het stopt automatisch.