Hij ziet het aan zijn ogen. Hij ziet het aan de manier waarop de knuistjes van zijn 2-jarige jochie tegen het dikke glas rusten. Nog een laatste keer kijkt hij om. De rij voor de paspoortcontrole wordt korter en korter. Nog vijf man voor hem. Nog vier. Nog drie.

Ferdinand Nicolai, een forse man met brede schouders, kaal hoofd en norse blik, ziet dat het stiefzusje van zijn mannetje het jochie om z'n middel vasthoudt. Ze huilt. De man fronst zijn zwarte zware wenkbrauwen en knikt. Zijn zoontje Henri kijkt hem machteloos na. Hij begrijpt er waarschijnlijk niets van.

Nicolai, een 32-jarige korporaal van het Nederlandse leger, lacht een laatste keer naar het mannetje achter het dikke glas, manoevreert stoer tussen zijn kameraden door, pakt zijn zware geelbruine legertas en zwiept die over zijn schouder. Zonder nog een keer om te kijken loopt hij zelfverzekerd door de poort. Zijn missie is begonnen. Hij hoort niet meer dat zijn zoontje hem naroept:

,,Heit… heit…PAPA... PAPA...''

image

Hoofdstuk 2 van 8

De Aanloop

Een uitzending is voor het thuisfront nog heftiger dan voor de militair. Ze moeten het gewoon ondergaan. Met alle onzekerheden en angsten die daar bij horen.

"Sinterklaas'', giert Henri terwijl hij met zijn vingertje naar de grote televisie aan de keukenmuur wijst. De goedheiligman komt deze 15e november net aan in Gouda. Ferdinand Nicolai zit aan de keukentafel in zijn knusse woning in Harkema en ziet hoe drie van zijn kroost – stiefkinderen Remco en Annika en zijn dochter Alina – in opperste concentratie over een groot vel papier hangen. Het moet een kalender worden.

Henri, de vierde en kleinste, schakelt onrustig tussen zijn eigen tekening en de aankomst van Sinterklaas. Af en toe kruimelt hij wat om de tafel heen. Kruipt bij zijn vader op schoot. Trekt aan zijn oor. Om even later weer met grote halen de viltstiften over zijn kleurplaat te krassen.

Nicolai vertrekt over vier dagen vanaf vliegveld Eindhoven voor ruim vier maanden naar Mali. Daar neemt hij met zo'n 450 andere Nederlandse militairen deel aan Minusma, een missie van de Verenigde Naties (VN). Nicolai is korporaal bij de grond-, weg- en waterbouwafdeling van de Joint Support Detachment (JSD). De mannen en vrouwen die het mogelijk maken dat het leger überhaupt functioneert, zeggen ze bij de JSD wel eens met een knipoog. Zijn 38-jarige vrouw Karin zit naast hem. Het vertrek komt nu snel dichterbij.

Waar hij zorgeloos lijkt, is zij vooral bang. Ze vindt het eng zegt ze terwijl de tranen opwellen. Hij glimlacht wat. Remco, de stiefzoon, tekent doodserieus wat figuurtjes onderaan de kalender in wording. Links van hem ligt een liniaal waarmee hij zwarte lijntjes trok voor 140 vakjes. Een dag per vak. ,,Elke dag zetten we om de beurt een kruis in een vakje'', zegt Karin tegen haar dochter Alina. ,,Dan is het weer een stapje dichterbij papa's thuiskomst.'' Maar Alina plakt veel liever stickers. ,,140 stickers dus'', zegt haar moeder. Het 6-jarige meisje knikt.

Team Member

Ferdinand Nicolai

Ferdinand Nicolai (33) uit Harkema.
Korporaal bij Genie (grond-, weg- en waterbouw). Zijn vrouw Karin (38) vindt missie spannend. Kinderen zijn er ook mee bezig.
Nicolai zelf twijfelt of een uitzending nog wel goed is voor zijn kinderen.

Karin Nicolai gunt hem de missie. Maar als zij het alleen voor het zeggen had, dan bleef hij gewoon in Harkema waar ze gelukkig zijn in hun twee-onder-eenkapper. ,,Dan gaat papa over vier dagen naar dat verre land in Afrika, mama hè'', zegt Alina. Ze wijst op het eerste hokje van de kalender waarin een plaatje van een groot grijs vliegtuig is geplakt. Karin knikt. Ze kent de verhalen van Kamp Castor, de basis van de Nederlanders vlakbij de stad Gao. Ze weet dat er logistieke problemen zijn om het kamp te bouwen, wat Ferdinand als lid van het zogeheten ‘instandhoudingsdetachement' ook gaat doen. ,,Het gaat allemaal niet zo snel'', zegt Ferdinand. ,,Het is er te warm.'' Ze kan zich er weinig bij voorstellen.

Zelf is ze nog nooit in Afrika geweest. Karin heeft er moeite mee dat haar man voor bijna vijf maanden vertrekt. Bij de Thuisfrontinformatiedag van Defensie, een paar dagen geleden, hoorde ze over het Ebola-virus. Je kunt er aan doodgaan, is het enige dat ze heeft onthouden. Daar werd de dag niet veel vrolijker van. Alleen het stuk over hoe je post en pakketjes moet versturen, kon haar bekoren.

Voor Karin Nicolai – een vrouw uit een doorsnee gezin, zo eerlijk als de dag – voelt het alsof deze hele missie boven haar uitstijgt. Haar man straks in een of ander Afrikaans land dat de wonden likt na een heftige oorlog. De missie naar Mali voelt te groot voor haar. Ongrijpbaar.

Terwijl Sinterklaas voet aan de wal zet, pakt Karin een kop koffie en leunt tegen het keukenblad. Het is niet alleen de veiligheid van Ferdinand die haar zorgen baart. Is ze wel in staat om in haar eentje het gezin in het gareel te houden? Hij is degene die zorgt voor rust, stabiliteit en regelmaat. Hij is ook de rechtlijnige van het stel. De kinderen krijgen van hem te horen dat je schoenen, bij thuiskomst, direct opruimt. Zij vindt het niet erg dat het belegpakje kaas in de koelkast ook opengaat, terwijl de ham al open is. Karin is chaotischer, drukker. Vooral als ze spanning voelt. Dan gaat ze veel praten. Ze praat veel vandaag. Ferdinand niet, die is altijd rustig. Hij laat zich de kop niet gek maken.

Straks komt het allemaal op Karin aan. Die krijgt het wel voor de kiezen, denkt hij. Het houdt hem bezig. Zij maakt zich er druk om. Iedereen heeft altijd aandacht voor de militairen die op missie gaan, zegt ze weleens tegen vrienden. Maar de thuisblijvers die 140 stickers plakken dan? Zij moet nu plots, terwijl ze onregelmatig werkt, een aantal maanden alleen voor vier kinderen zorgen. En tijdens de feestdagen is Ferdinand er niet. Tijdens hun huwelijksdag – ‘zo'n mooie dag' – is hij er niet. De verjaardagen van Alina en Henri – ‘hij doet alles voor zijn kinderen' – mist hij.

Het is een onderbelicht thema. Relatieproblemen en scheidingen komen bij militairen op missie veel voor. De ChristenUnie in de Tweede Kamer pleit al geruime tijd – gesteund door VVD en PvdA – voor een 'thuisfrontcheck'.

Zonder thuisfront geen inzet, zei minister Jeanine Hennis vorig jaar nog tegen de Tweede Kamer. Op dit moment zijn er zo'n 1500 militairen op uitzending. Een getal dat – de meeste militairen zijn zo'n vier maanden op uitzending – vrij stabiel blijft door het jaar heen. Duizenden gezinnen, partners en ouders zitten dus in een dergelijke situatie.

,,Het is zo belangrijk dat de militair op uitzending niet wordt afgeleid door ellende thuis'', zegt Hennis-Plasschaert (zie ook video). Volgens de minister is het thuisfront cruciaal. Ze is van mening dat zij de onmisbare factor zijn die zorgt dat de militairen op uitzending kunnen.

Onlangs kwam een onderzoek van militaire vakbond AFMP onder partners en ouders van uitgezonden militairen uit. Defensie zou actiever en individueel gericht moeten nagaan welke zorg het thuisfront voor, tijdens en na de uitzending echt nodig heeft. De vakbond probeerde te achterhalen wat een lange afwezigheid door een missie doet met partners, kinderen, ouders en hun relatie met militairen.

Video: Gert-Jan Segers (CU) over gevolgen uitzending.

Onder de kalender staat met een zwarte viltstift gekalkt: Papa eindelijk thuis. De 13-jarige Remco wijst Ferdinand op een poppetje dat met open armen ergens op lijkt te wachten. ,,Dat ben jij.'' Kleinere poppetjes rennen op hem af. Op die dag ergens in april, komt papa weer thuis. ,,Wanneer je terug komt, dan rennen we vast zo op jou af'', zegt Remco trots.

Als 's avonds de kinderen op bed liggen, hebben Ferdinand en Karin het er nog even over op de bank. Over de missie. Waarom zij het eng vindt. ,,Ik weet niet of ik dit wel alleen kan'', zegt Karin. ,,Ik ga je enorm missen en ik weet niet of ik daar mee om kan gaan.'' Even is het stil. ,,Maak je geen zorgen'', zegt hij. Natuurlijk maakt zij zich zorgen. Ook hij vindt de missie spannend. Hij is nooit in Afrika geweest. ,,Wat er ook gebeurt deze komende maanden, ik verlaat je niet'', zegt ze. Hij probeert een minzaam glimlachje. Bij zijn vorige uitzendingen kwam hij thuis in een leeg huis. Voor Karin is het de eerste keer, weet hij. Vier jaar geleden zou Ferdinand ook gaan, maar Karin kreeg een miskraam bij zeventien weken zwangerschap. Hij bleef thuis. Voor haar.

Karin bezweert het. ,,Dat gebeurt niet bij mij. Als jij thuiskomt, dan ben ik er. Voor jou.''

image

Hoofdstuk 3 van 8

Vertrek

Weken leven de militairen en hun familie toe naar die ene datum. De dag van de missie. Van het afscheid. Eind november staan ze in de vertrekhal van militair vliegveld Eindhoven. Nog een laatste knuffel en een aai over de bol. Maanden zullen ze gescheiden van elkaar leven.

Ferdinand, Karin en de kinderen zitten in de verste hoek van de vertrekhal. Ver weg van de andere militairen. Nog even. De kinderen klimmen in het speelhonk, een kleurige apenkooi. Remco rijdt wat rondjes op een rood trekkertje.

Een ander stel kijkt naar de spelende kinderen van Nicolai. ,,Wat zullen ze tegen die jonge kinderen zeggen'', vraagt een vrouw met kort roodzwart haar en een kleurige bril zich af. Haar tongval verraadt dat ze van onder de rivieren is. Een jonge blonde meid, die zelf in het leger zit, reageert: ,,Papa gaat een tijdje met vakantie.''

,,Iets anders snappen ze toch niet'', stelt de mevrouw vast. ,,Op uitzending. Ze weten niet wat dat is.''

Nicolai nipt wat aan zijn cola. Zijn kaak staat strakker dan anders en hij beent onrustig rond het speelhonk. Dan loopt hij naar Karin. Omarmd gaan ze bij het glas staan met uitzicht op de start – en landingsbaan. Haar hand net boven zijn billen. Zijn arm om haar schouder. Even legt ze haar hoofd tegen zijn borst. Dan wordt er geschreeuwd dat de militairen zich in gelid moeten opstellen. Ieder krijgt een glaasje brandewijn, een traditie van de genie, de bouwers van het leger. Een hooggeplaatste officier richt zich nadrukkelijk tot de familie. ,,Vergeet niet dat u er voor zorgt dat onze mensen hun werk goed kunnen doen. Stuur ze post, mail of laat van u horen.'' Dan zet hij het lied van de mineur in. Alle militairen in gelid volgen direct en zingen uit volle borst mee.

Wij zijn de Mineurs van het Nederlandse leger
En onze naam is overal bekend,
Sodeju !
We dragen een jas met goudgehelmde knopen
De pikhouweel is ons niet onbekend,
Sodeju !
En iedereen die mag het weten,
We krijgen vanavond uijenrats te eten.
En moeder de wasvrouw staat aan de deur,
Dat is de roem van elk mineur,
Dat is de roem van elk mineur,
Sodeju !

Ze slaan de brandewijn achterover.

Een lange knuffel met Alina die haar vader nog een klein kusje op de wang geeft. Henri wordt omhoog gehouden. Annika snikt. Remco vecht tegen de tranen. En dan pakken Ferdinand en Karin elkaar stevig vast. Ze had gezegd dat ze niet zou huilen. Sterk zijn voor de kinderen. Ze aait haar man over zijn wang. Dan moeten ze loslaten. Langzaam loopt hij door de poort, naar de douane.

,,Heit, heit'', roept Henri deze 19e november tegen het glas. ,,Ik wil met papa mee… Ik wil met papa mee'', hoort Karin Nicolai haar zoontje plots zeggen. De paniek overvalt haar, grijpt haar bij de keel. ,,Ik moet hier weg'', mompelt ze tegen de vriend die hen een lift naar huis geeft. De grond onder haar voeten voelt plotseling onvast. Dan hardop: ,,Ik moet hier weg. Anders komt het niet goed.''

Pingggg...

De 39-jarige sergeant Mark Maatje is net met een kameraad vertrokken uit Emmer-Compascuum richting het militaire vliegveld Eindhoven. Het is woensdagochtend, iets na vier uur, als hij het berichtje van Josien, zijn vrouw, ziet. ,,Sophie ligt er al weer in'', ziet hij in zijn tekstscherm. Een zuinig glimlachje verschijnt. Maatje is gerust. Hij kan straks met een goed gevoel in het vliegtuig stappen naar Mali, waar hij als JSD-man zich vooral zal bezighouden met de logistiek. Amper een half uur geleden had hij het nog zwaar. Maatje ging eerder naar Afghanistan. En dat was lastig. Maar dit voelt anders. Nu moet hij zijn kleine meid van anderhalf jaar oud bijna vijf maanden missen. Ze kan net ‘papa' zeggen. Hij heeft haar extra lang geknuffeld. Maar na het sms'je is alles goed. Josien is sterk. Die kent het klappen van de zweep van het leven met een militair. Doordeweeks veel weg en van tijd tot tijd een uitzending. ,,Ik ben er klaar voor.''

Als Maatje deze 23e november aankomt in de vertrekhal, stikt het al van de mensen. Zijn collega's, vrouwen, kinderen. Allemaal om hen uit te zwaaien. Even verderop staat de 30-jarige Philip Dilling uit Groningen met zijn 19-jaar oudere vriendin Choe-Mie. Ze houden elkaar even vast. Ook korporaal Dilling, militair verzorgende bij de Geneeskundige Dienst, vertrekt naar Mali. Een paar dagen geleden heeft hij Choe-Mie ten huwelijk gevraagd.

Ze hebben elkaar leren kennen op het verjaardagsfeestje van Jan Smit op Curaçao, grappen ze altijd. Zij was er op vakantie. Hij voor een maandenlange uitzending met de Rode Baretten uit Assen. De volkszanger trad op tijdens het Oud-en-Nieuwfeest op het Bovenwindse eiland. Ze vonden elkaar leuk. En ja, er is een leeftijdsverschil. Ook voor henzelf wat onverwacht kregen ze vier maanden geleden – aan het einde van zijn uitzending – een relatie.

Ze hebben groot plezier met z'n tweeën, maar de laatste tijd is haar te snel gegaan. Philip zat te veel in zijn eigen bubbel. Bezig met de missie naar Mali. Trainen en voorbereiden. Ze zag het gebeuren. ,,Je gaat wel weg, maar je bent nog niet weg'', zei Choe-Mie dan steeds. Totdat de bom echt een keer barstte. ,,En nu ben ik het zat'', bitste ze. Maar zo kwaad bedoelde ze het niet. Ze had, naast de boekjes over Mali vrij veel gelezen over militairen van wie de relatie na drie of vier uitzendingen toch strandde. Omdat het allemaal zo gewoon werd. De relatie hoort bij de missie, waarschuwde ze haar aanstaande man alvast. De boodschap kwam aan, ze boekten een korte vakantie naar Kaapverdië. En daar ging hij, smoorverliefd, op de knieën voor haar.

Team Member

Mark Maatje

Mark Maatje (39) uit Emmer-Compascuum.
Sergeant 1 bij 140 zware transportcompagnieteam. Zijn vrouw Josien (30) en dochter Sophie (2) blijven achter. Maatje gaat voor eerst op uitzending terwijl hij een kind heeft.

Team Member

Philip Dilling

Philip Dilling (30) uit Groningen.
Korporaal en militair verzorgende bij Geneeskundige Dienst in Assen. Verloofde Choe-Mie (49) bereidt huwelijk voor. Dilling hoopt toegelaten te worden op de Koninklijke Militaire School om militair verpleegkundige te worden.

image

Hoofdstuk 4 van 8

De leegte

Het gemis is groot. En heel af en toe, onverwacht, overvalt de leegte de thuisblijvers. Een ongrijpbaar gevoel. De partners voelen zich af en toe eenzaam, de kinderen gedragen zich anders.

,,Mama, Henri zegt kuthomo.''

Het is 23 december als Alina aan de arm van haar moeder trekt. Karin Nicolai zucht. Zoiets doet hij anders nooit. Ze roept Henri bij zich. Die toont een uitdagende grijns. Ferdinand Nicolai is nu een maand weg en het valt Karin vies tegen. Ze had niet verwacht hem zo te missen. Ook de kinderen zijn van slag. Alina komt soms huilend van school. ,,Ik mis papa zo'', zegt ze dan. En ze test, net zoals de drie andere kinderen, Karin uit.

Elke avond, alleen in bed, mist Karin de warmte, een gesprek, een arm om haar heen. Elke dag proberen ze elkaar te bellen. Hij heeft het enorm naar z'n zin, vertelt hij dan. Af en toe vliegt het haar aan. Vooral omdat de kerstdagen voor de deur staan. Een vader hoort thuis bij zijn kinderen te zijn, toch? Op andere momenten herpakt ze zich. Is ze blij dat hij het naar z'n zin heeft. En dat ze dan, als het allemaal achter de rug is, denkt: was dit het nou?''

Een kleine 100 kilometer verderop zit de twee jaar oude Sophie op de grond in de woonkamer van de familie Maatje in Emmer-Compascuum. Ze speelt met de kat. Haar moeder Josien staat naast haar. Het gaat goed met ze. Want het gaat goed met Mark, weet Josien Maatje. De kerstdagen staan wel voor de deur. Normaal betekent dat gezelligheid. Nu denkt ze gatverdarrie. Josien weet dat haar man geen open boek is. Ook niet voor haar. Ze wist dus niet wat ze hoorde toen hij vertelde dat hij het juist nu even zwaar heeft, zo vlak voor de feestdagen. 5000 kilometer verwijderd van zijn vrouw en kind.

Ze gaat niet naar de Thuisfrontinformatiedag op 31 januari, georganiseerd voor het thuisfront door defensie. Ze heeft vaak genoeg contact. Josien weet ook dat de aandacht vaak naar de militairen – zij gaan toch weg? – gaat. Zij opereren in levensgevaarlijk gebied. Maar het thuisfront blijft wel achter. Kinderen die het maanden moeten stellen zonder vader of moeder. Vrouwen moeten plotseling alles alleen doen, terwijl het gezin in spanning zit. Naar het nieuws kijkt ze daarom bij voorkeur niet. Word je alleen maar onrustig van. Ze heeft geleerd van Mark's uitzending naar Afghanistan.

,,Waar is papa dan'', vraagt Josien aan haar dochter. Met een guitig koppie kijkt het kind op. Haar kleine vingertjes gaan naar het continent Afrika. ,,Papa'', zegt ze terwijl ze een geel vlak op de wereldbol aanwijst. ,,Goed zo, lieverd.'' Alsof het zo is afgesproken, vijf minuten later gaat de telefoon. Het is Mark die met haar wil Facetimen via de telefoon.



,,Hé lieverd. Hoe gaat het daar?''

,,Goed… goed… Het is warm hier. Heel warm. En hoe gaat het met jou dan?''

,,Goed. Heel goed. Kijk Sophie. Papa op de telefoon. Wil je ook wat zeggen?''

,,Hoi Sophie. Dag lieverd. Krijgt papa een kus van jou?'' Maar het meisje blijft stil. Wat verlegen hangt ze aan haar moeder. ,,Krijgt papa een kus van jou?'', probeert Maatje het nog een keer.

Tevergeefs.

,,Ze heeft er geen zin in. Moe, denk ik. Zullen we vanavond anders nog even bellen?''

Als het telefoongesprek is afgelopen, richt Sophie, die op de grond is gezet, zich op. Met een glimlach kijkt ze weer naar de wereldbol. ,,Papa?''

Het is een rommelig kamertje van niks waar de videoverbinding wordt gemaakt. Normaal kleden artiesten zich hier om. De treurigheid spat van het kamertje in Preston Palace in Almelo, waar Defensie een contactdag houdt voor het thuisfront. Het staat in schril contrast van de rest van het hotel waar een buffet is georganiseerd en waar kinderen kunnen zwemmen. In het midden staat een groot scherm. Via een verbinding kan familie een kort gesprek houden met hun partner of familielid. De 30-jarige ziekenverzorger Philip uit Groningen zit al klaar in de legergroene tent op Kamp Castor in Mali als Choe-Mie binnen komt wandelen. ,,Hoi lieverd, hoe gaat het'', vraagt Philip met enige vertraging.

Ze vindt het elke dag wel stil als ze thuiskomt in hun huisje in Groningen. Maar door WhatsApp, telefoon en Facetime voelt het niet alsof ze uit elkaars leven zijn. Natuurlijk mist ze hem, maar ze zit niet avond aan avond huilend op de bank. Daar is ze de vrouw niet naar. Maar toch, heel af en toe heeft ze van die momenten. Vooral op zaterdag. De vaste dag dat Philip graag met haar door de stad struint. Waar zij eigenlijk helemaal niet van houdt. Het is dan ook een zaterdag dat ze in de Oude Kijk in 't Jatstraat langs het koffietentje wandelt waar Philip zo graag koffie drinkt. Ze kan er niks aan doen, maar plots vliegt het haar aan. God, wat wil ze graag dat Philip hier nu bij haar is.

,,Het gaat hartstikke goed. Ik mis je natuurlijk, maar ik red me wel'', zegt ze tegen haar aanstaande man. ,,Oke, ik hou van jou'', reageert Philip terwijl hij met twee handen naar haar zwaait.

Twintig minuten later stapt het gezin Nicolai het kamertje binnen. De 38-jarige Karin is zo zenuwachtig als een 18-jarige voor het examen van een autorijbewijs. Ze beeft zelfs een klein beetje. Ferdinand zit al met een grote grijns op ze te wachten. ,,Hallo allemaal.''

,,Je ziet er goed uit, Fred'', zegt Karin. Na vier minuten gaat de deur open. Een van de vrijwilligster van de Thuisfrontdag steekt haar hoofd eventjes om de hoek. ,,Willen jullie afscheid nemen?'' Ze hebben nog een minuut. Dan is het tijd voor het volgende gezin.

Dooo… Dooo… Dooo… Doei…Doei….Doei…. blijven de kinderen en Karin maar herhalen. Dan staat de 2-jarige Henri op en loopt naar het lichtknopje.

Klik.

Het licht gaat uit.

De dominee veegt wat zweetdruppels van het voorhoofd. De overweging van de dienst 'geloof, hoop en liefde' zit er op. Statig richt hij zich tot de 25 aanwezigen. ,,Laten we een kaarsje branden voor hen die we missen.''

Het is half 11 in de ochtend als vijf militairen naar voren lopen, elk een waxinelichtje aansteken en die in het rode kerkje op het tafeltje zetten. Het godshuis is gemaakt van afvalhout, uit de wanden zijn grote bogen gezaagd, het dak is opgetrokken uit geknipte stukjes lood. De vlammetjes van de waxinelichtjes worden door het houten bouwwerkje beschermd tegen de droge Sahara-wind.

Blog Article Figure

Even verderop zit korporaal Ferdinand Nicolai in een van de kleurige stoeltjes. Hij wrijft over zijn T-shirt en slaat zijn blote benen – hij draagt een korte broek en klompen – over elkaar. Nicolai brandt deze zondag 8 februari geen kaarsje. Waarom zou hij? Hij is geen gelovig mens. Maar hier, vijfduizend kilometer van huis, in de brandende hitte, luistert hij wel graag naar de teksten over hoop en liefde. De dominee predikt het Onze Vader en leest dan een gedicht voor.

Als ik mij kan uitdrukken, in iedere denkbare taal
En ik daarmee zou proberen te zeggen wat ik werkelijk bedoel
Dan nog kom ik zoveel tekort om je echt te zeggen, wat ik voor je voel.


Als de laatste drie zinnen worden uitgesproken, lift de dan 32-jarige Nicolai, de bonkige stoere militair met kaal hoofd en zwarte wenkbrauwen, zijn hoofd wat op. Het is zijn 81e missiedag in Mali. Ferdinand Nicolai mist zijn vrouw. Zijn kinderen.

Nederland neemt sinds april vorig jaar deel aan de missie van de Verenigde Naties in Mali. Die werd in het leven geroepen nadat Frankrijk in januari 2013 militair in het West-Afrikaanse land had ingegrepen. De regering van Mali had het land niet meer onder controle en dreigde de strijd te verliezen tegen Toeareg-strijders en hun diverse Islamitische gelegenheidspartners, waaronder Al Qaeda.

De lappendeken aan (Islamitische) groeperingen nam het noorden van Mali – waaronder steden als Gao, Kidal en Timboektoe – vrij snel in. Frankrijk besluit na een hulpvraag van Mali hun oude kolonie te helpen om de gewapende opstand neer te slaan.

Daarbij speelt een belangrijke rol dat Mali wordt gezien als springplank naar Europa voor terroristen. Ook is het land interessant vanwege de goudmijnen. Mali is een van de grootste goudproducenten van Afrika.

Na de kortdurende Franse oorlog worden de Verenigde Naties gevraagd te bemiddelen in het conflict. VN-vredesmissie MINUSMA is geboren. MINUSMA staat voor multidimensional integrated stabilisation mission in Mali. Momenteel zijn er vredesbesprekingen tussen de strijdende partijen.

De airco zoemt in de container. Het is iets voor twaalf uur in de middag. Buiten is het niet te harden, zo warm is het. Alsof een haarfohn op krachtstroom constant warme lucht blaast. Overal ligt de rode woestijnstof die nooit meer uit de kleren gaat. De 50-jarige majoor Wim Schoo kijkt naar z'n koperrode schoenen die aan het begin van VN-missie Minusma nog kaki-geel waren. Elke ochtend dat de wekker gaat om 6.18 uur, voelt het alsof de Sahara in z'n neus zit. Het klimaat is geen feest hier in Mali. In de vroege ochtend is het nog te doen. Dan kan hij nog de rondjes van anderhalve kilometer langs de omheining van kamp Castor rennen. Even het hoofd legen, rennend over het knisperende rode zand. Heerlijk.

Aan de containerwand bij zijn bureau hangen foto's van zijn vrouw Margriet en de kinderen. Een brief van Margriet – 'ik mis je en kan niet wachten tot je terug bent' – bungelt aan een balk naast een grote kalender. Grote kruizen geven aan dat een dag is gepasseerd. Op 6 januari, de dag van de raketaanval, staat in blauwe hoofdletters 'BOEM'. Het is weer volle maan, beter zicht voor de strijders van Al Qaeda om hun raketten te mikken. Het zou de komende week zo maar weer kunnen gebeuren. 6 januari maakte indruk. Een van de 121 millimeter raketten, zes meter lang, sloeg niet ver buiten het kamp in. Het regende raketscherven. Op een van de tafels ligt een zwart stukje scherf van drie centimeter groot. Souvenir en waarschuwing ineen.

Urenlang zaten Schoo en alle andere JSD-militairen te wachten in de zogenaamde 'safehaven'. ZFFFF… , klonk het vlak na een uur 's nachts. En toen weer, want raketten komen nooit alleen: ZFFFF… BOEM. Alsof een melkbus vol carbid tot ontploffing werd gebracht in de woonkamer.

Team Member

Wim Schoo

Majoor bij luchtmacht, werkzaam bij Communicatie en Informatie Systemen (CIS). Schoo vindt het werk fantastisch, maar mist zijn vrouw Margriet (43), de kinderen en zijn twee honden.

Sommige Nederlandse militairen renden in onderbroek naar de hesco's, grote zakken puin in metalen rasters die bescherming bieden tegen scherven. Moest hij zijn vrouw bellen, dacht Schoo. Een paar uren na de aanval deed hij het. Ze zou er toch wel van horen. Dan liever van hem. ,,Je bent er nog. Dat is het belangrijkste'', zei Margriet. Vertederd legde hij zijn mobieltje weg. De ouders van zijn directe collega's reageerden niet zo. Die waren van slag. ,,Iedereen denkt dat het zwaar is voor de militair. Maar het is zwaar voor het thuisfront. Wij hebben kameraadschap, maken lol en werken lekker. Thuis gaat het leven door. Met een stuk leegte in hun dagelijks leven.'' Wim – ruwe bolster, blanke pit – knikt.

Het is drie weken na de aanslag. Het leven op kamp Castor, een dorp en samenleving op zich, gaat gewoon door. De veiligheidsmaatregelen zijn aangescherpt en de Hesco-omheining is versneld gebouwd. Majoor Schoo, in Nederland werkzaam bij de luchtmacht, tuurt naar een grote kaart met lijnen. Sleuven die de genie groeven en waar zijn team glasvezelkabels in legden. Schoo en zijn team van het Communicatie en Informatie Systemen (CIS) zijn voor de Joint Support Detachment (JSD) verantwoordelijk voor alles wat met ICT te maken heeft. Mooi en niet onbelangrijk. Zonder verbinding, geen contact met de buitenwereld. Alsof je zonder zaklamp in een donkere kamer een speld mag zoeken.

De laatste maanden waren er verontrustende berichten over het kamp. Het zou een waardeloze bende zijn, waar gegeten moest worden in een tent die niet onder deed voor een sauna. Die geluiden zijn verstomd. De wc's zijn prima, iedereen kan elke dag vier minuten douchen en het eten is afwisselend genoeg. Er is in een jaar tijd een hoop gebeurd in Mali, vindt minister Jeanine Hennis Plasschaert (Defensie). Het Nederlandse leger is er volgens haar in geslaagd om de oren en ogen van de Verenigde Naties te worden in de Minusma-missie (zie video).

Video: Minister Hennis (Defensie) over de missie Minusma.

Het is lastig door het droge zand en de hitte, maar de Joint Support Dependance (JSD) - de faciliterende en grootste dienst op het kamp - draait naar behoren, vindt ook JSD-3-commandant majoor Yvon Spel. ,,In een jaar tijd is er vanuit woestijn een heel kamp opgebouwd.''

Schoo denkt aan zijn zolder, waar nog allemaal oude radio's staan. Hij was ooit zendamateur. Een etherpiraat die lekker klooide voor Radio Actief. Hij peutert het zwart onder zijn nagels vandaan. Mooi, die missie, maar Schoo was net zo lief thuis. Klussen in de schuur, wandelen met zijn honden Sammy en Sierra. Af en toe zet Margriet de telefoon op de speaker zodat de honden z'n stem kunnen horen. Janken als een dolle die beesten.

Schoo is nu even niet bezig met buizen, glasvezel of verbindingen. Een van zijn mannen is stil, teruggetrokken en humeurig. Volgens twee collega's trekt zijn vriendin het niet langer. Een collega met relatieproblemen – dat trekt een wissel op zijn hele team. Schoo heeft het vaker bij de kop gehad. Stuurde al iemand naar huis na vijf weken. Die collega kon uren naar een punaise staren. Was met z'n kop niet bij de missie, maar bij z'n vrouw die hem miste en niet alleen wilde zijn.

Video: Wim Schoo over zijn werk en missen thuis.

Het is niet makkelijk, een relatie met een militair. Schoo weet er alles van. Zijn huwelijk liep na twintig jaar, hij was toen op missie, op de klippen. Bij Margriet is Wim er niet bang voor. Ze scheidde zelf toen ze nog kleine kinderen had en redde het toen ook. Na een tijdje peinzen over z'n college staat hij op. Een knoop heeft hij nog niet doorgehakt. Maar Schoo moet iets doen.

Het zweet parelt woensdagochtend langs de oren van de 39-jarige sergeant Mark Maatje. Het is nog maar half 10 als de Scania-vrachtwagen de poort uitrijdt. Maatje tuurt op de bijrijderstoel uit het raam van de vrachtwagen over de woestijnvlakte. Maatje ging enkele weken geleden nog zelf met de auto naar regiohoofdstad Gao om inkopen te doen. Hij is bij de JSD verantwoordelijk voor de logistiek. Een beetje de grutter van het kamp: de wandelende filiaalmanager van de Welkoop. Koffie, een broek of zeep nodig? Dan moet je bij Maatje zijn. En als er iets lokaal gekocht kon worden, dan deed hij dat.

Mooie ritjes. Armpje uit het autoraam. Bonjour, Ca va chef?, zei hij dan tegen de lokale Malinezen. Hoe gaat het? Hij zwaaide dan naar rennende kindertjes op blote voeten die op zanderige rode wegen tussen geiten, schapen en een uitgemergelde verdwaalde kameel wandelen. Dan parkeerde Maatje en de anderen tussen de hopen stro bij de lokale markt, waar het altijd stoffig is en naar vis ruikt. Waar hij met zijn vuist tegen de vuist van lokale mannen op kleine gekleurde stoeltjes bokste terwijl ze hem trakteerden op een tevreden glimlach voor hun winkeltjes van leem.

Maar nu kan er van alles gebeuren.

Video: Rit door de stad Gao.

Zijn Diemaco semi-automatische geweer rust tussen zijn linkerknie en de bijrijderstoel. Op het dashboard ligt zijn blauwe VN-helm. Hij draagt zijn zware scherfvest, verstopt onder zijn groengele jas. Bij deze temperaturen een onding, maar noodzakelijk. ,,Heb je de jammer aan'', vraagt hij aan vrachtwagenchauffeur Bryan uit Winsum. Die klikt op een knopje. ,,Geen telefoon kan nu nog een bermbom laten ontploffen in de buurt van onze wagen'', bevestigt die. Maatje fronst. Dan knikt hij.

Het dreigingsniveau is opgeschroefd. Nederlandse Apaches vuurden vorige week nog op opstandelingen die een VN-kamp bestormden. Er zijn bermbommen gevonden, aanslagen gepleegd en bij Kidal – ten noorden van het Nederlandse kamp – vinden van tijd tot tijd hevige gevechten plaats. Maatje kent de verhalen over mortieraanvallen op een VN-kamp bij Kidal, terwijl ook Nederlandse commando's in het kamp waren. Geen Nederlandse militair verlaat de poort nog, tenzij het nodig is. Maatje gaat met zijn bewapende team van vijf 10.000 liter water halen uit de Niger voor het kamp. Hij spant zijn kaak als ze de beveiligde zone verlaten.

Voorzichtig nadert de vrachtwagen de kruising. Maatje zegt niets. Hoeft ook niet, de chauffeur kent de weg en slaat rechtsaf. Aan de kant staan vier zwarte jongetjes met een stok. Twee weken geleden ontplofte daar in de buurt nog een bermbom. Gevonden door een spelend jochie, van amper acht jaar oud. De jochies zwaaien. De kleinste van het stel is net iets ouder dan Sophie. Beiden hebben nu nog lol. Maar zijn dochter van twee krijgt straks kansen. Onrechtvaardige wereld. Maatje steekt zijn hand op, terwijl het mannetje gillend en kraaiend van de pret achter de VN-voertuigen aanrent.

Video: De missie van Mark Maatje.

,,Kinderen. Dat is prettig'', zegt Maatje even later tegen de chauffeur als de vrachtwagen richting de rivierbedding rijdt. Kinderen betekenen veiligheid. De vorige keer dat Maatje hier kwam, was het uitgestorven. Hij vroeg zich al af waarom dat was. Diezelfde avond regende het raketscherven op kamp Castor. De lokale bevolking wist het en verschuilde zich.

Philip Dilling uit Groningen zit rustig bij Role 1, de kleine medische post van het kamp. Voor de post staan wat verlepte anjers. Het is beetje een sneu gezicht, maar de bloemen zijn een cadeautje van zijn verloofde Choe-Mie. Misschien bloeien ze nog op, denkt hij.

Geen dag is hetzelfde voor de mannen en vrouwen van de geneeskundige dienst. Het is of hollen. Of stilstaan. Dilling vult de rustige uurtjes met leren voor zijn vmbo-diploma, de voorraden te controleren of gaat langs de omheining marsen met 20 kilo bepakking op de rug. Om de conditie een beetje op peil te houden.

Het geluid van de koffiemolen tussen zijn benen klinkt bij elke draai en de geur van koffiearoma verspreidt zich in de tent. Ggg… ggg… ggg… Hij draagt het zwartrode ding al bij zich sinds zijn uitzending naar Afghanistan, zes jaar geleden. Hij kijkt trots naar de maler, een cadeautje van zijn moeder, dat is gekocht bij zijn favoriete koffietentje in de Oude Kijk in ’t Jatstraat. Even lekker met zijn andere collega's in de schaduw zitten – salamanderen noemt hij dat – met een kopje. Ggg… ggg… ggg… Hij denkt vaak aan Choe-Mie. Zij heeft het er zwaarder mee dan hij. Maar ze redt zich wel. Ze whatsappen, zij stuurt hem pakketjes.

Dillings hoofd veert op als de deur opengaat. Zijn collega. Of hij ook komt naar de 'Malle Ron', de zelfgebouwde schaduwplek. ,,Even een boontje doen'', vraagt Dilling terwijl hij naar de koffie wijst.

Philip Dilling moet hollen. Er is deze woensdagmiddag een melding gekomen dat twee gewonden met een Nederlandse Chinook-helikopter worden binnengebracht. Er is sowieso een schotwond bij, hoort Dilling terwijl hij de VN-auto over de hobbelige weg, geflankeerd door twee jeeps met bewapende teams, naar het Franse vliegveld manoeuvreert. Als Dilling en de rest tien minuten later aankomen op het vliegveld van Gao ziet hij de kogelgaten in de muren, de grote gaten in de daken en de kapotgeschoten auto's; de gevolgen van de oorlog in Mali.

,,Daar komt hij aan'', roept een van de Nederlanders terwijl hij naar de transporthelikopter wijst. Dilling wacht op het teken om met de collega's in de ziekenauto op het gelande voertuig af te rijden. Enige snelheid is geboden. Je weet maar nooit, elke minuut kan tellen.

Hij ziet de schotwond in het been bij een van de burgerslachtoffers. Snel schuift hij de twee brancards met de gewonden in de ambulance. Zo snel als zijn collega's kunnen rijden ze naar Gao Hospital, naar het grote ziekenhuis. Dilling gaat terug naar Castor.

Video: Philip Dilling haalt gewonden op.

image

Hoofdstuk 6 van 8

Gemis

Na maanden van huis, slaat niet alleen de twijfel thuis toe. Ook op het kamp worstelen militairen en overvalt het gevoel van machteloosheid hen van tijd tot tijd.

Enkele uren na het bezoek aan de Niger zit Mark Maatje in de Rhino Bar, de bar waar de militairen 's avonds een appelbiertje drinken, Boer Zoekt Vrouw kijken of tafelvoetbal spelen. Een iPad staat voor hem op de lange picknicktafel, klaar voor een beeldgesprek met zijn vrouw Josien. Misschien is Sophie nog wakker? Maar Josien is van slag als hij belt. ,,Nu niet'', gilt ze. Dan valt de lijn weg. Mark Maatje schrikt en beent weg. Hij wilde zo graag vertellen over de kinderen bij de Niger. En hoe hij 's middags een rondleiding heeft gegeven aan hoge generaals door de loods waar de pakken koffie, wc-rollen en schoonmaakmiddelen zijn opgeslagen.

In zijn slaapcontainer probeert hij het nog een keer. Buiten passeert hij Ferdinand Nicolai. In zijn linkerhand blauwe douchegel. In zijn rechter een telefoon. Het is vaste prik in Kamp Castor, zo vlak na het avondeten wandelen tientallen militairen, telefoon aan het oor, over de binnenplaats. Philip Dilling belt even met Choe-Mie.

Hij zoekt de stilte van een lege tent op. ,,We hebben de twee gewonden goed naar het ziekenhuis gebracht'', vertelt hij Choe-Mie. Zij vertelt hem over wat zaken die ze heeft geregeld voor de bruiloft. Na twintig minuten wil Dilling een filmpje kijken. ,,Misschien morgen weer even bellen?''

Video: Philip Dilling over Choe-Mie.

Mark is weer terug in het café. Josien is gekalmeerd. Ze was van slag, probleempjes met de familie. Niks ernstigs, maar hij belde net op het verkeerde moment. Zelf heeft hij die momenten ook gehad. Maatje voelde zich een lopend kruitvat met een kort lontje. Een paar dagen niet te genieten voor z'n collega's. Toch knaagt de uitbarsting van Josien. Mark Maatje, groene pet op het hoofd, alcoholvrij appelbiertje in zijn grote vuist, is er niet de man naar om snel over zijn gevoel te praten. Liever zwijgt hij even. Staart wat voor zich uit. De plaatsbordjes op het kamp zeggen dat hij 5359 kilometer van Groningen af is.

Het is iets na zeven uur in de avond als korporaal Ferdinand Nicolai de grote deur openzwaait van een container met binnenin stukken hout en gereedschap. Aan de binnenkant van de deur is een kerkgebouw getekend. Met centimetermaten er bij. Nicolai denkt er nog wel eens aan terug. Hoe hij het rode gebouwtje met twee anderen maakte voor de dominee. De waxinelichtjes van de aalmoezenier gingen maar steeds uit door de Sahara-wind. Een week later, de avond voor kerst, gaf hij het rode kerkgebouwtje – gemaakt van afvalhout en met dakpannen van lood – aan de dominee. Die nam het met tranen in de ogen aan.

Ondanks de hitte is er vandaag weer flink wat werk verzet. Radiozender 100% NL galmde de hele dag Nederlandse hits over de bouwplaats. Nicolai zaagde isolatieplaten op maat. De stand-alone moest afgebouwd worden.

De dag begon, zoals wel vaker, niet best. Om 5.15 hoorde hij de imam uit Gao de dagelijkse oproep tot gebed, de Azan, doen.

Allahu akbar, Allahu akbar… God is de grootste, God is de grootste…, galmde het als zo vaak over het kamp. Veel militairen worden er wakker van.

Ferdinand heeft de bouwplaats voor zich alleen deze avond. Veel van de militairen trekken zich terug in hun kamer, waar ze een filmpje kijken. Dat vindt hij zonde van de tijd. De laatste weken probeert hij wel eens wat te lezen. Maar het liefste is hij hier op de werkplaats. Nicolai maakt een houten trein en wagonnetjes voor Henri, zijn zoon. Henri is gek op treinen. Een zuinige glimlach verschijnt. De trein is bijna af. Nog even wat zwarte en rode verf op de kop tikken. Treinen zijn in de ogen van zijn zoontje altijd rood en zwart.

Nicolai is vandaag 33 jaar geworden. JSD-commandant Yvon Spel kwam vanmiddag langs om met zijn team taart te eten en een colaatje mee te drinken in de Rhino Bar. Eigenlijk wil hij geen slagroomtaart eten in de woestijn. Hij wil naar huis. Aan het werk ligt het niet. Dat bevalt hem goed, vooral het bouwen en timmeren. Ook zijn collega's zijn prima kerels. Maar soms overvalt de twijfel hem. Is dit dan wat ik wil voor mijn kinderen? Hij heeft al twee verjaardagen van Alina en een van Henri gemist. Sinds de missie komt Alina soms verdrietig thuis van school, vertelde zijn vrouw Karin hem. Ze huilt zich in slaap. ,,Ik mis papa zo'', zegt ze dan. Dat gaat zelfs hem – soms stug, zeker stoer en puur – militair niet in de koude kleren zitten. Karin koos bewust voor hem. De kinderen niet.

Even rolt hij met de locomotief over de werkbank. De wieltjes draaien goed. Nog 49 dagen.

Een maand later, het is 14 maart, staat Karin Nicolai langs het voetbalveld. Vier dagen terug overleed de oma van Ferdinand Nicolai op 95-jarige leeftijd. Hij is verdrietig als Karin hem het nieuws vertelt. Ze denkt dat het weinig te maken heeft met het overlijden van z'n oma. Die was al jarenlang dement en eigenlijk kwamen ze er nooit. Ferdinand mist de kinderen. Van Defensie mocht hij acht dagen terug naar Nederland voor de begrafenis. Maar daar koos hij niet voor. Karin haalt haar schouders erover op. Zij kijkt uit naar de dag van 2 april. De afgelopen maanden waren zwaar, maar ze voelt zich sterk. Trots dat ze het alleen redt, met vier opgroeiende kinderen. ,,Kom op Annika!'', schreeuwt ze naar haar dochter.

image

Hoofdstuk 7 van 8

Deken van verdriet

Het is 17 maart als de sfeer op Kamp Castor omslaat. Verslagenheid trekt als een schaduw over het kamp vanwege het lot van twee strijdmakkers.

Drie dagen later, iets na twee uur in de middag, hoort Philip Dilling van de Geneeskundige Dienst, het 11e bataljon van de rode Baretten uit Assen, als een van de eersten het nieuws. Een Nederlandse Apache is 47 kilometer ten noorden van kamp Castor neergestort. Of er doden zijn of overlevenden weet hij niet.

Een aantal uren later staat hij in de koelcel, die constant in de gaten moet worden gehouden. Het team van Nicolai is in alle haast aan de gang gegaan om de cel goed draaiende te krijgen. Als het ding uitvalt, bij deze temperaturen, is het binnen een half uur 12 graden. Dilling draait de eerste wacht, terwijl binnen de twee lichamen van de Nederlandse VN-militairen liggen. Het doet meer met de 30-jarige korporaal dan hij van tevoren had gedacht. Dilling was op de hulppost, terwijl het tweede slachtoffer overleed in een veldhospitaal op het Franse kamp, even verderop. De 30-jarige geneeskundig verzorger uit Groningen bereidde samen met collega's de aankomst van de piloten voor. Enkele uren later hielp hij met het afleggen van de piloten. Ze moesten worden gewassen en hij zocht kleren uit en trok ze bij de mannen aan. Zo jong nog. Hij sprak ze nooit. Kende ze helemaal niet. Met prikkende ogen waakt hij naast de kisten.

Kamp Castor is in diepe rouw. Iedereen voelt het, niemand zegt het. Alsof er een deken van verdriet over de Nederlandse compound hangt. In het cafe wordt geen muziek meer gedraaid. Op de bouwplaats hangen Ferdinand Nicolai en zijn collega's rouwdoeken om een vrachtwagen. Ze hebben een stellage gebouwd voor de kisten. Voor ze worden teruggebracht naar Eindhoven. Een laatste groet wordt gebracht door een indrukwekkende erehaag. Militairen met blauwe VN-muts die een laatste saluut brengen, terwijl een doedelzakspeler voor de kisten loopt.

Een paar dagen later ligt Nicolai in een tentje in de woestijn. Hij en een paar anderen zijn bij de crashsite waar de helikopter ligt. Nicolai moet met een kraan de helikopter bergen. Het duurt uren voor ze er zijn en als het duister begint te worden, weet hij: ik moet hier blijven. Bang is hij niet. In Afghanistan lag hij vaker in een tentje.

image

Hoofdstuk 8 van 8

Thuiskomst

Na maanden gescheiden van elkaar te zijn, vliegen militairen en hun geliefden elkaar weer in de armen. Emoties krijgen de vrije hand. Pappa is weer thuis!

Zenuwachtig beent Karin Nicolai door de ontvangsthal. Ze geeft Remko, haar 13-jarige zoon, nog eens een knuffel. Verderop staat ook Josien met haar dochter Sophie. Nog eventjes en dan kunnen ze elkaar na 130 dagen weer vasthouden. Ze friemelt aan haar vingers. Sophie, anderhalf jaar oud, weet dat er wat gebeurt. Met grote ogen kijkt ze naar haar moeder.

Zonder dat ze het van elkaar weten, staat Choe-Mie weer vijf meter van Josien en haar kind. De afgelopen twee weken waren het zwaarst voor haar. Sinds twee Nederlanders zijn omgekomen bij een ongeval met de Apache, wil ze meer dan ooit dat er een einde komt aan de missie. Mensen die haar vertelden dat de maanden waren omgevlogen zou ze het liefste een harde schop willen verkopen. Philip vertelde haar hoe hij uren waakte bij de twee Apache-piloten. Het liefste zou ze hem willen vasthouden. En heel lang niet meer loslaten.

Het is 18.53 uur als het grijze militaire vliegtuig Prins Bernhard het asfalt van de militaire landingsbaan in Eindhoven toucheert. Mensen juichen het vliegtuig toe vanaf het balkon. Gegil klinkt als de eerste militair langs de douane loopt. En nog een. En nog een. En dan staat Mark Maatje met een grote rugzak in de deuren van de ontvangsthal. Hij tilt met een grote glimlach zijn dochter Sophie op, terwijl Josien hem huilend vastklampt. Even verderop staan majoor Wim Schoo en zijn vrouw Margriet innig te knuffelen.

Video: Wim Schoo komt terug bij zijn honden.

,,Ik hou van je'', fluistert hij tegen haar. ,,Ik heb je zo gemist.'' Vrij snel daarna vertrekken ze naar huis. Op naar de honden.

Choe-Mie en Philip treffen elkaar, na een worsteling door een muur van mensen met spandoeken en rozen, buiten. Eindelijk!

,,Hij staat buiten'', hoort Karin Nicolai haar dochter plotseling zeggen. Ze worstelt zich door de menigte. En daar staat hij dan. Karin Nicolai rent op haar man af en vliegt hem in de armen. Remko knuffelt Ferdinand en houdt hem vast alsof hij nooit meer wil loslaten. Tien minuten later kijkt Henri zijn vader aan, die gehurkt voor hem zit. Het jochie geeft de rode roos aan zijn vader. ,,Geef maar aan mama. Die is zo lief.'' Henri twijfelt, maar holt dan naar Karin. ,,Kijk mama, voor jou.''

Bekijk hierboven de minidoc over de familie Nicolai uit Harkema. In de film wordt het gezin gevolgd voor en tijdens de uitzending van militair Ferdinand Nicolai, die met 450 collega's in Mali is gestationeerd.

Podcast

In het online radioprogramma 'Achter het verhaal' vertellen verslaggevers Liselotte Schüren en Bas van Sluis over hun ervaringen. Hoe kijken de verslaggevers terug op hun reis naar Mali? En waarom zouden regionale journalisten zich bezig houden met een internationale missie?

Luister naar de podcast: Klik hier.

Steun DvhN en LC

Deze longread vergt veel tijd en geld. We experimenteren met deze vorm van journalistiek omdat we geloven in een multimediale aanpak van verhalen. Wij hopen dan ook dat u geniet van deze en andere journalistieke producties van onze redactie. Nieuwsgierig naar meer? Lees dan twee weken gratis de krant in onze apps. Vraag hier uw gratis code aan voor Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant. Het verplicht u tot niets en het stopt automatisch.